Terug naar homepage

 
SMA bij Sprint, de bespreking van het testrapport PDF Afdrukken E-mail
maandag, 15 maart 2010 00:00

Han_detail_handen
De afgelopen weken heb ik op deze site informatie gegeven over de eerdere stappen in het Sportmedisch Adviestraject: de aanmelding, de sportmedische intake en de inhoud van het Fitness Sportonderzoek (FSO). In dit artikel zal ik de laatste stap in het Sportmedisch Adviestraject verder toelichten: de bespreking van het Conditierapport.

Bij het FSO wordt de algehele fitheid in kaart gebracht. Fitheid is een breder begrip dan gezondheid. Fitheid omvat naast gezondheid ook de belastbaarheid van een persoon, zowel m.b.t. het algemeen dagelijks functioneren als m.b.t. bewegen en sport. De nadruk ligt hierbij minder op het medische aspect en meer op het bewegingsaspect.

In het Conditierapport wordt verslag gedaan van alle onderdelen van het FSO. Dit rapport wordt door de sporttester met de testpersoon persoonlijk doorgesproken en toegelicht. In dit artikel zal ik het Conditierapport in algemene zin toelichten volgens de opbouw van het rapport. Het Fitness Sportonderzoek maakt het mogelijk gerichte persoonlijke trainingsadviezen te geven in plaats van trainen volgens algemene principes. Dit is geheel volgens de filosofie en werkwijze van Sport Assistance.

Antropometrie:

Lichaamsbouw en samenstelling worden in kaart gebracht door het doen van lichaamsmetingen: lengte, gewicht, Body Mass Index (BMI), beenlengte, voetlengte, kuitomvang, bloeddruk, vetpercentage en vetverdeling.

Spierkracht/-vermogen:

Vanuit blessurepreventie zijn goed ontwikkelde en krachtige spieren van belang voor rompstabiliteit, bekkenstabiliteit en ter bescherming van pezen en gewrichten, de kwetsbare delen van ons bewegingsapparaat tijdens sporten. Hierbij wordt het spierkracht/-vermogen gemeten van beenspieren (links en rechts apart), armspieren (borstzijde en rugzijde) en buikspieren. Spiervermogen evenwicht: hierbij wordt de spierkracht van spiergroepen met elkaar vergeleken: verschil tussen linker- en rechterbeen, borstzijde / rugzijde van de schoudergordel en benen / armen. Het meten van spierkracht/-vermogen is van belang, omdat door bewegingsarmoede in het algemeen dagelijks leven (veel zitten) onze spieren vaak onderontwikkeld zijn.

Cardiovasculaire kwaliteiten:

De reactie van het lichaam op inspanning wordt gemeten d.m.v. hartfrequentie, zuurstofverbruik en melkzuurvorming per inspanningsstap. Daarbij worden de volgende zones in kaart gebracht. De laag aërobe (zuurstofrijke) zone (2 mmol zone), deze bevordert de aanmaak van bloedvaatjes op spiercel niveau, met als gevolg verbetering van zuurstofopname en daling van bloeddruk. De hoog aërobe zone (4 mmol zone), deze bevordert de contractiekracht van de hartspier. Het omslagpunt van aërobe/anaërobe (zuurstofarme) zone, hierbij is de aanvoer van zuurstof naar de spieren nog net gelijk is aan het verbruik van zuurstof. Sporten met een intensiteit boven het omslagpunt geeft "verzuring". Daarnaast worden ook het maximaal aërobe vermogen en het herstel na inspanning (vooral van belang voor wedstrijdlopers) bepaald.

Bewegingsefficiëntie:

Tijdens de inspanningstest op de loopband wordt een analyse gemaakt van het looppatroon m.b.t. zuinigheid van lopen, pasfrequentie, paslengte, grondcontacttijd en evaluatie van looptechniek en loopstijl.

Caloriemetrie:

In rust en in beweging wordt het calorieverbruik en de vetverbranding gemeten. Hierbij wordt de persoonlijke optimale hartfrequentiezone voor vetverbranding bepaald. Daarnaast wordt d.m.v. analyse van de ademlucht (zuurstofopname en koolzuurafgifte) ook het percentage vet / koolhydraat verbranding in kaart gebracht, zowel bij de laag aërobe zone als bij de hoog aërobe zone.

Wellness score:

Hierbij wordt een sterkte / zwakte analyse gemaakt op 16 trainbare punten. De testpersoon wordt hierop beoordeeld en vergeleken met de West Europese normen naar leeftijd en geslacht. Alle conclusies worden op een rij gezet en samengevat in een fitheidscore.

Trainingsrichtlijnen:

Persoonlijke optimale hartfrequentiezones voor cardiovasculaire training: hersteltraining, rustige duurtraining, intensieve duurtraining, intensieve intervaltraining en persoonlijke optimale intensiteitzones voor spierkrachttraining: beenspieren, armspieren en buikspieren.

Analyse voor wedstrijdlopers:

Factoren als specifieke lichaamsbouw, aërobe / anaërobe zones, caloriemetrie intensiteit duurlopen, trainingszones, grondcontacttijd, prestatievoorspelling, overzicht prestatiefactoren zijn speciaal voor wedstrijdlopers uitgewerkt.

Han de Veth, clubarts en coördinator sportgezondheidszorg AV Sprint.

 

 
Content: webredactie A.V.Sprint